Hoogte pensioen beschikbare premie valt tegen

Consumenten zijn steeds vaker teleurgesteld in de hoogte van het pensioen dat zij krijgen bij een zogeheten beschikbarepremieregeling. Dat constateert financieel klanteninstituut Kifid na recente klachten over deze vorm van pensioenopbouw bij verzekeraars. Het instituut ziet een kloof tussen wat mensen verwachten en waar zij door de dalende rente en de gestegen levensverwachting uiteindelijk recht op blijken te hebben. Alle klachten zijn afgewezen.

‘Teleurstelling over het resultaat van beschikbarepremieregelingen en de hoogte van het daarmee uiteindelijk aan te kopen jaarlijks pensioen komt in de huidige tijd meer voor’, schrijft de Geschillencommissie van het Kifid in twee deze week gepubliceerde uitspraken. De commissie spreekt van ‘een breder maatschappelijk probleem’.

Risico op tegenvaller
Bij een beschikbarepremieregeling staat de hoogte van het pensioen vooraf niet vast. Dat is anders dan wat bijvoorbeeld nog bij de meeste pensioenfondsen gebruikelijk is. Deelnemers bouwen met hun premie en rendement een vermogen op, waarmee zij op pensioendatum een levenslange uitkering aankopen. Maar door de daling van de rente en de gestegen levensverwachting valt de hoogte van de uitkering veel lager uit dan verwacht toen de pensioenregeling werd afgesloten.

‘Pensioendeelnemers zijn zich niet altijd bewust dat de risico’s van een tegenvaller bij deze regelingen volledig bij de werknemer liggen’, zegt een woordvoerder van Kifid. Omdat deze vorm van pensioenregeling in opkomst is, wil de Geschillencommissie ‘een signaal afgeven’. Consumenten moeten zich beter informeren en aanbieders kunnen in hun communicatie proberen teleurstelling te voorkomen.

Niet verrast
Ongeveer 1,2 miljoen pensioendeelnemers hebben inmiddels een beschikbare premieregeling, bij een verzekeraar, ppi’s of een pensioenfonds. In het pensioenakkoord is zelfs afgesproken dat de beschikbarepremieregeling de norm wordt. Al zal niet in alle varianten een deelnemer zelf pensioenen moeten, of kunnen aankopen. Maar wel wordt de hoogte van de pensioenuitkering onzekerder.

Het Verbond van Verzekeraars zegt in een reactie dat de teleurstelling van consumenten te snappen. ‘Maar als het goed is, wordt de consument niet verrast’, zegt de woordvoerder. ‘Klanten ontvangen ieder jaar een overzicht waarop staat welk pensioen zij naar verwachting aan kunnen kopen met hun opgebouwde vermogen. En die lage rente speelt al een paar jaar.’

Wel hebben deelnemers sinds kort de mogelijkheid om na hun pensioen met een deel van hun vermogen door te beleggen. Dat vergroot de kans op een hogere uitkering, maar kan ook zorgen dat het pensioen verder daalt.

Verzekeraar rekent met hogere levensverwachting
Twee recente klachten bij Kifid gaan over de levensverwachting die verzekeraars gebruiken om de hoogte van de pensioenuitkering te berekenen. Achmea en NN rekenen met een levensverwachting voor hun klanten die vijf tot zeven jaar hoger is dan de tabellen van het CBS of het Actuarieel Genootschap. Een hogere levensverwachting betekent een lagere pensioenuitkering.

Dit mag volgens het Kifid. ‘Verzekeraars zijn niet gebonden aan de door het CBS of AG gehanteerde levensverwachtingen’. Het is ook niet ongebruikelijk. Ook pensioenfondsen passen de levensverwachting die zij gebruiken voor het berekenen van hun verplichtingen aan op hun deelnemers. Een pensioenfonds met veel hoogopgeleide deelnemers moet bijvoorbeeld rekening houden met een hogere levensverwachting dan een fonds met veel laagopgeleide mensen.

Vlak voor de zomer wees het Kifid twee andere klachten af van consumenten over de daling van hun vermogen in de laatste paar maanden voor hun pensioen met respectievelijk 4% en 8%. Volgens het instituut is dat beleggingsrisico ‘inherent aan een beschikbarepremieregeling’.

Bron: FD 29 augustus 2019