Houdbaarheid spaartaks

De vermogensrendementsheffing is zonder twijfel de meest gehate belasting van dit moment. Box 3, waarin de fiscus het veronderstelde inkomen uit sparen en beleggen belast, jaagt spaarders in de gordijnen. Ze ervaren de heffing als diefstal, omdat zij meer geld aan de overheid afdragen dan de bank aan rente bijschrijft. Zo teren ze jaarlijks in op de zuur verdiende euro’s die ze opzij hebben gezet voor betere of slechtere dagen.De vraag is hoe lang woedende spaarders zich nog moeten verbijten. Haalt de vermaledijde rendementsheffing 2020?

In het kort
Staatssecretaris Snel maakt rare sprongen om rendementsheffing te verdedigen. Na een schot voor de boeg is het de vraag of Hoge Raad nu een streep zet door box 3. Belasting op werkelijk inkomen uit bezit is complex en ontwijkingsgevoelig.

Juridisch onder vuur
Die vraag is eigenlijk niet helemaal goed geformuleerd: een wetswijziging laat op zich wachten en die zit er ook komend jaar niet in. De exacte vraag is of box 3 ongeschonden 2020 haalt. Staatssecretaris Menno Snel van Financiën is daar veel aan gelegen: de omstreden heffing levert de Staat jaarlijks een slordige €5 mrd op.

Box 3 ligt al jaren onder vuur. In de rechtszaal en in het parlement. Maar in de jongste rechtszaken schuwt de overheid geen enkel middel om de belasting voor de rechter overeind te houden, stellen tegenstanders van de heffing. Zij putten daar hoop uit. Snel noemt aandelen en vastgoed risicoarme beleggingen. Rare sprongen, zeggen de critici, die erop zouden duiden dat Snels vertrouwen in de afloop van de juridische procedures afbrokkelt.

Inbreuk op eigendomsrecht
Tegelijkertijd groeit het ongeduld in de politiek om de bezitsbelasting op een andere leest te schoeien. De rechtszaken tegen box 3 dwingen Tweede Kamerleden stelling te nemen en ze voelen zich ongemakkelijk door de verdediging die het ministerie van Financiën voert.

Gerechtshof: vermogensheffing kon in 2014 niet door de beugel
De proefprocedures die de Bond voor Belastingbetalers tegen de heffingen in 2014 zijn gestart, bereiken inmiddels de Hoge Raad, de hoogste rechter in belastingzaken. De Bond bepleit namens duizenden belastingplichtigen dat de Staat met 30% belasting over een forfaitair rendement van 4% in dat jaar inbreuk maakte op het Europees eigendomsrecht. De werkelijke opbrengsten uit bezit lagen in 2014 al jaren ver beneden de 4%.

De beste verdediging
Als enige van de vier gerechtshoven is het Amsterdamse hof het hiermee eens. De raadsheren in de hoofdstad oordeelden dat box 3 in 2014 in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De advocaat-generaal van de Hoge Raad was al eens eerder tot die conclusie gekomen.

De aanval is de beste verdediging, moeten de juristen op Financiën hebben gedacht toen zij in januari van dit jaar het Amsterdamse arrest onder ogen kregen. Zij verdedigen sindsdien dat grote aandelenfondsen en vastgoed risicoarme beleggingen zijn, waarvan de opbrengsten meetellen voor het forfaitair rendement. De landsadvocaat bracht dit argument twee weken geleden nog naar voren bij de Hoge Raad, namens staatssecretaris Snel.

‘Zonder risico’
De Tweede Kamerleden Helma Lodders (VVD) en Pieter Omtzigt (CDA) hebben Snel om opheldering gevraagd over deze opmerkelijke verdediging. Hun ongemak is begrijpelijk. Bijna twintig jaar geleden, bij de parlementaire behandeling van box 3 in 1999, kregen hun collega’s namelijk nog heel iets anders te horen.

‘Dit percentage (4%, red.) komt overeen met het langjarige rendement dat door een ieder kan worden behaald’, schreven de toenmalige bewindslieden Gerrit Zalm en Willem Vermeend van Financiën aan de Kamer. ‘De hoogte van het rendement dat zonder risico kan worden behaald — te denken valt aan staatsobligaties — is daarbij leidend’, vervolgden zij. Zalm deed daar bij de introductie van box 3 in 2001 nog een forse schep bovenop. ‘Elke sukkel haalt meer dan 4% rendement’, riep hij. ‘Wie dat niet lukt, kan bij mij staatsobligaties krijgen met een procent of 6.’ ‘We zagen op straat alleen maar gezichten van blije klanten’, herinnert voormalig PvdA-staatssecretaris Vermeend zich. ‘Toen wij box 3 instelden met die 4%, was dat een groot succes.’

4% is luchtspiegeling
Volgens Vermeend is het misgegaan doordat latere kabinetten te lang hebben vastgehouden aan die veronderstelde opbrengst. ‘Als zij naar de ontwikkeling van de rendementen hadden gekeken en het percentage daarop hadden aangepast, was er veel minder kritiek geweest’, zegt de oud-politicus. ‘Voor wie nu alleen geld op de bank heeft staan, is de uitkomst van de heffing onredelijk. Dat geeft mensen een slecht gevoel.’

Een rendement van 4% is al jaren een luchtspiegeling. De Commissie inkomstenbelasting en toeslagen, die een belastingherziening voorbereidde, stelde in 2013 dat alleen de nominale opbrengst uit sparen sinds de start van box 3 gemiddeld in de buurt van de 4% kwam. Alle andere vermogenssoorten leverden beduidend minder op. Bovendien meende de Commissie onder leiding van de huidige topman van ABN-Amro Kees van Dijkhuizen dat niet de nominale maar de reële rendementen ertoe deden. Met andere woorden, er moest rekening worden gehouden met de inflatie. Dan bleef ook inkomen uit spaarrekeningen en deposito’s tot en met 2012 al ver achter bij de beoogde 4%.

Verfijnde box 3
Terwijl de Staat in het juridische gevecht voor het offensief heeft gekozen, maken de laatste twee kabinetten politiek en beleidsmatig juist terugtrekkende bewegingen. In Rutte-II stelde Eric Wiebes, destijds staatssecretaris van Financiën, een rendementsheffing in het vooruitzicht die gebaseerd zou zijn op werkelijk behaalde opbrengsten. Sinds het najaar van 2015 broedt een team van medewerkers van Financiën hierop.

Vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek is box 3 met ingang van 2017 verfijnd. De veronderstelde opbrengst varieert sinds twee jaar tussen 2% en 5,6%, afhankelijk van de omvang van het vermogen. De gedachte is dat vermogen beter rendeert naarmate het omvangrijker is, omdat belastingbetalers dan meer geld steken in aandelen en vastgoed.

Geen soelaas
Voor kleine spaarders, de bulk van de 3,4 miljoen belastingplichtigen in box 3, biedt die aanpassing echter geen soelaas. Daarvoor is de rentestand te laag. De één-ton-plusspaarder die zijn geld zonder risico wil aanhouden, is van de regen in de drup geraakt. De Belastingdienst slaat hem vanaf een ton aan, alsof hij een rendement van 4,6% behaalt. Het huidige kabinet heeft in het regeerakkoord beloofd in deze regeerperiode een heffing uit te werken op basis van werkelijke inkomsten uit vermogen. Maar daar is niets meer van vernomen. Uitgerekend op een congres van de Bond voor Belastingbetalers liet Snel dit najaar blijken dat zo’n bewerkelijke belasting er wat hem betreft niet komt. Een tik op de vingers door de Hoge Raad zou de zaak kunnen bespoedigen. Vermeend verwacht echter niet dat het zo ver komt. Hij wijst er op dat de Raad meerdere keren zijn zegen heeft gegeven aan box 3.

Schot voor de boeg
Arjo van Eijsden, belastingadviseur bij EY, weet dat belastingplichtigen meestal aan het kortste eind trekken als die zich bij de Hoge Raad beroepen op Europees eigendomsrecht. Tegelijkertijd heeft het rechtscollege al eens een schot voor de boeg geven. Als 4% in een reeks van jaren onhaalbaar blijkt te zijn, verandert de situatie, stelde de Raad in 2016 over de heffing in 2011. Mocht dit omslagpunt in 2014 zijn bereikt, dan is het afwachten wat de Raad in petto heeft voor gedupeerde belastingbetalers. Is hun belastingaanslag voor dat jaar dan van tafel of moeten kabinet en Kamer voor rechtsherstel zorgen? Of is dat herstel al een feit met de aanpassing van box 3 in 2017?

Mogelijkheden voor ontwijking
Ongeacht het oordeel van de hoogste belastingrechter vreest Van Eijsden dat Snel niet ontkomt aan de wens van de Tweede Kamer om feitelijke in plaats van fictieve rendementen te belasten. Zo’n belasting is volgens de fiscalist per definitie ingewikkeld en biedt meer mogelijkheden voor ontwijking. Dat betekent de terugkeer van de onwenselijke situatie van vóór 2001, aldus de adviseur. De eenvoudige oplossing is een forfaitair rendement dat dichtbij de actuele marktrente zit, vindt zowel Van Eijsden als Vermeend. Op korte termijn kost dat de schatkist geld en op lange termijn zijn de belastinginkomsten minder zeker. Maar dat is een rechtvaardige prijs om de boze spaarder weer recht in de ogen te kunnen kijken.

 

Bron: FD dd 21 december 2018