Nederland zet betaaldata open (PSD2)

De Eerste Kamer heeft op de valreep de Europese betaalrichtlijn PSD2, die consumenten de macht over hun betaaldata geeft, in de wet opgenomen. Dit had eigenlijk al in januari van dit jaar gebeurd moeten zijn. Het proces naar PSD2, de vervanger van PSD1, had veel weg van een soap. Waar Nederland normaal gesproken braaf de wensen van Brussel volgt, lukte dat in het dossier PSD2 keer op keer niet. De deadline werd meermalen uitgesteld. Toen bleek dat de aanvankelijke implementatiedatum 13 januari niet gehaald kon worden, ging de politiek uit van voorjaar 2018. Aanhoudende discussies over hoe het toezicht op de wet geregeld moest worden, vertraagde het proces verder. Pas in juni ging het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

Nederland is een van de laatste lidstaten die PSD2 implementeert. Alleen Portugal en Roemenië moeten nog hun akkoord geven. Ook Spanje was laat. Daar werd de wet op 23 november door het parlement aangenomen.

Innovatie
De Europese Commissie bedacht de nieuwe spelregels voor de betaalmarkt omdat zij van mening is dat Europese banken te weinig innoveren. Door ook niet-banken toegang te geven tot betaaldata van klanten, maar alleen op verzoek van die klant, hoopt zij concurrentie en innovatie te bevorderen en de macht van de banken te breken.

Inmiddels is duidelijk dat vooral grote technologiebedrijven profiteren van de richtlijn. Europese toezichthouders maken zich in toenemende mate zorgen over hoe de richtlijn, die kleine vernieuwers in de markt een steuntje in de rug moest geven, de deur wagenwijd openzet voor grote datapartijen zoals Amazon, Facebook en Google.

Nemen techreuzen het betaalverkeer van de banken over?
Eerder deze maand sprak de Finse centrale bank van ‘een levendig debat tussen toezichthouders’ over deze ‘bigtechs’. De Nederlandsche Bank erkent tegenover het FD dat de grote technologiereuzen onderwerp van gesprek zijn, maar stelt dat er nog geen sprake is van concrete beleidsinitiatieven op Europees niveau.

Het trage handelen van het ministerie van Financiën zorgde afgelopen jaar tot toenemende frustratie bij partijen die zich op de wet voorbereidden. Zij moesten hun zakelijke ambities keer op keer parkeren. Nederlandse fintechs vonden dat ze door de vertraging op achterstand gezet werden ten opzichte van partijen uit lidstaten waar PSD2 al wel in nationale regels was omgezet.

Ongelijk speelveld
Uit een inventarisatie van Het Financieele Dagblad en fintechplatform Holland Fintech uit het voorjaar van 2018 bleek dat de teleurstelling bij fintechbedrijven hoog was. Twee derde vond dat de vertraging van de wet die PSD2-diensten in Nederland mogelijk moet maken, de ondernemersambities schaadde. 39% van de ondervraagden zag de overheid als een belangrijke belemmering voor vernieuwing. Dat de banken al wel over de benodigde vergunningen beschikten en het afgelopen jaar meerdere PSD2-achtige diensten lanceerden, bevestigde financiële vernieuwers in het idee van een ongelijk speelveld.

Moody’s: techreuzen bedreigen financiële instellingen
Nu de wet aangenomen is, opent dat het vergunningsproces bij De Nederlandsche Bank. Iedere partij die inzicht wil hebben in de betaaldata van de consument moet over een vergunning van de toezichthouder beschikken. Daarna volgt de volgende hobbel, namelijk toegang tot de bankrekening.

De wijze waarop banken deze api’s – de zwaarbeveiligde toegangspoortjes tot hun systeem – vormgeven, laat Europa open voor interpretatie. Het gevaar daarvan is een wirwar van standaarden, waardoor het voor fintechbedrijven moeilijk wordt overal toegang toe te krijgen.

Bron: FD d.d. 7 december 2018