Oude hypotheekvormen steeds duurder bij grootbanken

Consumenten die nieuwe renteafspraken willen maken voor hun lopende aflossingsvrije of spaarhypotheek zijn steeds duurder uit. Banken hebben de rente op die oude hypotheekvormen de afgelopen jaren fors verhoogd ten opzichte van andere hypotheekvormen.

Aanbieders rekenen verschillende rentes op aflossingsvrije en spaarhypotheken. Vooral de banken vragen meer.
Het renteverschil tussen aflossingsvrije hypotheken en annuïteitenhypotheken bijvoorbeeld is opgelopen tot wel 0,85 procentpunt bij een rentevaste periode van twintig jaar. Een consument die zijn oude hypotheek van €300.000 wil voortzetten bij dezelfde aanbieder en zijn rente voor twintig jaar vastzet, kan zo over de hele looptijd €80.000 meer kwijt zijn aan rentelasten dan een consument die voor hetzelfde bedrag een annuïteitenhypotheek afsluit.

In vijf jaar fors verhoogd
‘In 2013 boden de meeste geldverstrekkers voor alle hypotheken nog ongeveer dezelfde rente aan of rekenden ze een renteopslag van maximaal 0,2% op aflossingsvrije en spaarhypotheken’, zegt Oscar Noorlag van Van Bruggen Adviesgroep. Uit een vergelijking van het advieskantoor blijkt dat banken het renteverschil tegenwoordig hebben laten oplopen tussen 0,5% en 0,85% bij de populairste rentevaste periode van twintig jaar. Het zijn uitsluitend de grootbanken die voortzetting van oude maar nog altijd zeer populaire hypotheekvormen (er lopen er nog ruim 3 miljoen) zo ongunstig hebben gemaakt. ABN Amro en Rabobank vragen een renteopslag tot 0,5% op oude hypotheken, ING spant de kroon met 0,85%. Verzekeraars als Nationale-Nederlanden en ASR vragen een kleinere opslag, van 0,2% en 0,15%.

Aegon en NIBC Direct behoren tot de geldverstrekkers die helemaal geen hogere rente vragen voor oude hypotheekvormen. Wie zijn aflossingsvrije hypotheek wil voortzetten, kan volgens Noorlag dan ook beter kiezen voor een ‘niet-bank’.

Klanten gelijk behandeld?
De renteverschillen zijn opvallend omdat banken volgens de wet bestaande en nieuwe klanten gelijk moeten behandelen en daarom dezelfde rente dienen aan te bieden. Niet in de wet is vastgelegd dat banken een risico-opslag op de rente mogen hanteren. ‘Wie zijn aflossingsvrije hypotheek wil voortzetten, kan beter kiezen voor een niet-bank’ aldus Oscar Noorlag, Van Bruggen Adviesgroep.

Een aflossingsvrije hypotheek is voor de bank risicovoller dan een hypotheek waarop wel wordt afgelost, zoals de lineaire of annuïteitenhypotheek. Daarom hanteren veel banken sinds 2013 een kleine opslag op die hypotheken. In dat jaar werd de hypotheekrenteaftrek afgeschaft voor aflossingsvrije en spaarhypotheken en worden die vormen niet meer nieuw afgesloten. Lopende hypotheken mogen wel worden voortgezet.

‘Rente is sturingsmiddel’
Maar waarom is de renteopslag tegenwoordig zo hoog en wat rechtvaardigt de voortdurende stijging? ING zegt in een reactie de rentetarieven als ‘sturingsmiddel’ te gebruiken. ‘We stimuleren onze klanten om voor een hypotheekvorm te kiezen waarbij er structureel wordt afgelost op de lening zodat er aan het einde van de looptijd van de hypotheek geen risico op restschuld is.’ Ook ABN Amro zegt aflossen te willen stimuleren.

Beide banken wijzen ook op de risicokosten en financieringskosten die hoger zijn voor hypotheken waarop niet wordt afgelost. Voor hypotheken waarop niet wordt afgelost, moet de bank gedurende de looptijd meer kapitaal aanhouden, zegt ABN Amro ook.

Wat Noorlag verbaast, is dat de banken ook een forse opslag rekenen op spaarhypotheken, terwijl het risico voor de bank net zo groot is als bij een annuïteitenhypotheek. Het geld dat de hypotheeknemer spaart, is immers bedoeld om zijn hypotheek af te lossen.

Ook risico’s in spaarhypotheek
Maar ING ziet dezelfde risico’s als bij een aflossingsvrije hypotheek: ‘Spaarhypotheken zijn ook hypotheken waar niet op wordt afgelost, net als aflossingsvrije hypotheken. Pas aan het einde van de looptijd van de hypotheek vindt de aflossing plaats via de opgebouwde spaarwaarde.’ Dat is een risico ten opzichte van lineaire of annuïteitenhypotheken, aldus de bank.

FD d.d. 4 december 2018