Pensioenpremie stijgt

Pensioenpremies stijgen dit jaar opnieuw licht. Daarmee zet de trend door dat pensioen duurder wordt, al is het tempo gematigder. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van FD en PensioenPro naar de ontwikkeling van de pensioenpremies bij bedrijfstakpensioenfondsen.

Dit jaar gaat voor een op de drie deelnemers van bedrijfstakpensioenfondsen de premie omhoog. Dat is meer dan het kwart van vorig jaar, maar de stijgingen vallen in omvang mee. Voor de andere deelnemers blijft de premie gelijk en voor ongeveer een tiende van de deelnemers daalt hij iets. De grootste groep die meer gaat betalen zit bij ambtenarenpensioenfonds ABP, maar ook voor mensen in de Detailhandel, Levensmiddelen en voor Particuliere Beveiligers stijgen de premies.

Daarnaast zijn er ‘verkapte prijsverhogingen’ door verlaging van de opbouw zonder dat de premie daalt. Voor dezelfde euro, krijgen deelnemers dan later minder pensioen. Vergelijk het met repen chocola die even duur blijven, maar wel kleiner zijn geworden. In 2019 gebeurt dat met het pensioen van 8% van de deelnemers; verhoging van de opbouw komt bijna niet voor (nog geen procent). Vorig jaar gebeurde iets vergelijkbaars, maar op grotere schaal: bij meer dan twintig fondsen steeg de pensioenleeftijd, maar ging de premie niet omlaag

Rek is eruit
De afgelopen jaren zijn de pensioenpremies voor werkgevers en werknemers gestaag omhoog gegaan. Werknemers krijgen daar tegelijkertijd minder voor terug. Het pensioen is versoberd, onder meer door de verhoging van de pensioenleeftijd naar 68 jaar en verlaging van de pensioenopbouw. Van de totale loonkosten gaat inmiddels ongeveer een vijfde naar de pensioenpremie, becijfert werkgeversorganisatie VNO NCW. Doorgaans betalen werkgevers daarvan twee derde en werknemers een derde.

Volgens pensioenadviseurs is de rek er nu wel uit. ‘Er is niet veel ruimte meer voor verdere premieverhogingen’, zegt Corine Reedijk van Aon bijvoorbeeld. ’Pensioen is al ontzettend duur.’ Werkgeversorganisatie VNO-NCW is dan ook blij dat premies stabieler blijven dan andere jaren. Het is volgens VNO-NCW voor zowel werkgevers als werknemers belangrijk om ‘de balans’ met andere arbeidsvoorwaarden, zoals loon, ‘te bewaken’. Een hogere pensioenpremie kan immers ten koste gaan van een loonsverhoging of bijvoorbeeld van maatregelen voor de duurzame inzetbaarheid van personeel.

Maar als de financiële markten niet aantrekken en de rente niet stijgt, verwachten deskundigen dat pensioen de komende jaren nog duurder wordt. Dan moeten er ‘links- of rechtsom’ aanpassingen worden gedaan, zegt Martijn Vos van Ortec, die ook denkt dat premies niet veel hoger kunnen. ‘Op deze krappe arbeidsmarkt is loon ook heel belangrijk. Ik verwacht dat daarom premies niet verder stijgen. Ik denk eerder aan verdere verlaging van de opbouw, of verhoging van de pensioenleeftijd.’

Dempen van premies

Het steeds duurder wordende pensioen is bij bedrijfstakpensioenfondsen een groter knelpunt dan bij de meeste ondernemingspensioenfondsen. Bedrijfstakpensioenfondsen laten op dit moment bijna allemaal werknemers en werkgevers een premie betalen die is lager dan nodig is om de pensioenen in te kopen. Het tekort wordt aangevuld uit het vermogen van het fonds.

‘De wetgever staat fondsen toe de premie te “dempen”, zegt Corine Reedijk van Aon hierover. Een fonds mag de premie dan uitrekenen aan de hand van verwachte rendementen, in plaats van met de veel lagere risicovrije rente. ‘Als pensioenfonds moet je dat eigenlijk wel doen, anders wordt de premie onbetaalbaar bij de huidige lage rente. Het heeft bovendien als voordeel dat de premie voor langere tijd stabiel is, wat werkgevers graag willen.’

Maar dit systeem krijgt steeds meer kritiek, nu er kortingen dreigen op de pensioenen en indexatie voor veel fondsen nog steeds niet of nauwelijks haalbaar is. Bij ABP en Reiswerk is dit een reden om de premie te verhogen. Pensioenfonds Detailhandel heeft daarom besloten de premie te verhogen en de opbouw te verlagen. En metaalfonds PMT waarschuwde onlangs dat de regeling mogelijk soberder moet worden.

Onderdeel van het pensioenakkoord waar sociale partners en het kabinet vorig jaar over onderhandelden, was een vaste, kostendekkende pensioenpremie. Werkgevers en werknemers weten dan voor langere tijd waar zij aan toe zijn. Maar die onderhandelingen zijn mislukt. Onder meer omdat de bonden bang waren dat de premie onbetaalbaar zou worden, of veel te laag uit zou vallen om voldoende pensioen op te bouwen voor later. Voor het eind van deze maand moet minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken een brief naar de Tweede Kamer sturen over hoe hij nu verder wil met de modernisering van het pensioenstelsel.

 

Bron: FD d.d. 21 januari 2019